Posts by Trees Dewever

Wat mannen (nog) niet leven.

Ik kan niet ontkennen dat het een punt van wrevel is. Sinds ik me de laatste twintig jaar begeef op het pad van psychologische en spirituele zelfontwikkeling, kom ik er weinig mannen tegen. Mijn laatste twee workshops waren bevolkt door enkel vrouwen. Het gaat niet alleen over bewustzijnstrainingen. Mannen participeren ook minder aan culturele evenementen, blijkt uit sociologisch onderzoek. Het is een bekend fenomeen dat socio-culturele verenigingen onvermoeid wervingsstrategieën ontwikkelen om meer mannen te laten participeren. Het lijkt erop dat mannen zich alleen bijscholen in werk-gerelateerd onderwijs, waar het woord Leidinggevend of Competentie in de titel staat, en betaald wordt door de baas. Ik wil me behoeden voor misprijzen ten aanzien van mannen. Mijn liefde voor mensen hoort niet gendergevoelig te zijn. Maar er klopt iets niet.

Ken jezelf
Willen we meer zijn dan consumerende, passieve en kleurloze mensen, dan zullen we onszelf diepgaand moeten onderzoeken en bevragen. Meer dan ooit is het noodzakelijk geworden om een verantwoordelijke levensstijl te ontwikkelen om authentieke, zorgzame burgers te worden. Dat vergt een open houding van levenslang leren. Ken jezelf, zei Socrates al. Joep Dohmen beschrijft dit pleidooi treffend in zijn boek ‘Brief aan een middelmatige man’. Hou op als slaaf te leven en probeer goed te zijn waar en wanneer het er werkelijk toe doet, is zijn advies. Rondom mij zie ik overal ijverige, nieuwsgierige, moedige vrouwen die zichzelf ontwikkelen. Ze zijn bereid om uit hun comfortzone te stappen om meer van zichzelf en de interactie met anderen te begrijpen. Ze willen bijleren om de kwaliteit van hun leven en dat van hun naasten te verhogen.
Uit een rapport van de Wereldgezondheidsorganisatie blijkt dat het niet goed gaat met de Europese man en de Belgische in het bijzonder. Wie zijn mannelijkheid ‘traditioneel’ invult, zorgt niet goed voor zichzelf en heeft slechte gewoontes op het vlak van voeding, alcohol en roken. Door mannelijke stereotypen zoeken ze te weinig professionele hulp en sterven er te veel onnodig vroeg. Mannen identificeren zich nog te veel met werk, status en macht, aldus het rapport.
Ik merk dat voor de lastige dingen des levens die raken aan pijn, smart of teerheid, mannen zich veelal verschuilen achter een vrouw. Is er geen vrouw in de buurt dan zijn alcohol, agressie en ander schadelijk gedrag aan de orde van de dag. Singer songwriter Daan beweert dat zijn muzikante Isolde Lasoen, en vrouwen in het algemeen, zorgen voor een rustiger en menselijker klimaat op tournees. Moeten wij ons schikken in de rol van verzachter, verzoener en conflictvermijder? Mag ik het triest vinden dat Paul Verhaeghe terecht schrijft dat er inmiddels een leger is ontstaan aan vijftigplus vrouwen die geen waardige levenspartner vinden? Moeten vrouwen tevreden leren zijn met emotionele kleuters aan hun keukentafel? Of moeten mannen verantwoordelijkheid leren nemen over hun eigen leven en gedrag?

De eeuw van de man
Esther Perel, de befaamde relatietherapeute, beweert dat de 21° eeuw de eeuw wordt van de bevrijding van de man. Vrouwen hebben veel werk gedaan in de vorige eeuw. Ze zijn vrijer geworden om eigen levenskeuzes te maken, kinderen te krijgen of niet, hun eigen seksualiteit te beleven, zichzelf professioneel te ontplooien. Al vind ik dat het doorgeslagen is naar té veel willen zijn en doen, er is onmiskenbaar meer kwaliteit, ruimte en fun om te worden wie ze graag willen zijn. Ik interviewde onlangs Iene van Oijen, mijn trainer uit de leraren opleiding Zijnsoriëntatie, en vroeg haar of ze het eens is met de stelling van Perel. Zijnsmensen kijken altijd dieper en inspireren mij vaak als ik het even niet meer weet. Zij zei iets moois:

“Mannen hebben nog veel terrein te winnen om echt thuis te komen bij zichzelf, om te ontdekken wie ze zijn voorbij hun identiteit en rollen. Ik gun het hen dat dit deze eeuw gebeurt. Mannen bewonen nog zoveel gebieden van zichzelf niet. Als ze dit zouden leren, zouden ze gelukkiger worden. Doordat de rollen van vrouwen zo geschoven zijn in de vorige eeuw, vergt dat veel verschuiving van mannen ook. Het zou hen goed doen om meer zorgrollen op te nemen. Ik ben ervan overtuigd – en ik zie het in mijn omgeving – dat als mannen zorgen voor kleine kinderen bijvoorbeeld, ze ook leuker en socialer worden. Dan vindt een hormonale verschuiving plaats, wat blijvende veranderingen geeft. Het zijn de gebieden van verbinding, empathie en liefde die beter bewoond worden, wat leidt tot minder agressie”.

Liefdesnood
Het kwade ontstaat altijd daar waar de liefde tekort schiet, zei Herman Hesse. Ik heb geleerd dat het vruchtbaarder is om naar het eigen kwaad te kijken, eerder dan naar het kwaad in de wereld. Het is zo verhelderend om je eigen boosheid, stupiditeit en frustratie te onderzoeken en dan te ontdekken hoezeer je nog op zoek bent naar datgene wat je zo hebt gemist: aandacht, zorg en liefde. Als je het erkent bij jezelf, herken je het bij zowat iedereen. Dat geeft verbinding, helderheid en rust. Ik denk dat vrouwen beter ingericht zijn om het afhankelijke liefdesspel te spelen, vanuit hun biologische natuur. Relaties, familie, verbinding, contact: het gaat hen beter af.
Ooit was ik geraakt door een prachtige zin van Marguerite Duras, waar ze het heeft over mannen:
“Et dans les yeux ce voile, très doux, du manque d’amour”.
Zonder liefde is het eenzaam en kil. Het is onze grond, waar alles van gemaakt is. Trek dus open die luiken en open je hart voor licht, liefde en mensen. Het is wat ook ik te leren heb. Je kan twee dingen doen om liefde te winnen of te voelen. Excelleren door te schitteren en boven iedereen uit te stijgen – dat is wat mannen veelal doen – of neerdalen op de aarde en kenbaar maken aan je lotgenoten wat je verlangt, wat je bezeert en hoezeer je de ander nodig hebt. Het is wat wij in Zijnsoriëntatie volwassen afhankelijkheid noemen. Liefde is een afhankelijkheidsverklaring, hoe vrij en stoer mannen én vrouwen denken te zijn als ze menen onafhankelijk te zijn. We zijn het niet, het kan niet, het is tegen al wat leeft. Je kan nooit niet in verbinding zijn.

Volheid leven
We zijn vol-waardiger mensen als we meer gebieden van onszelf bewonen. In het boeddhisme heet het dat we zowel doorsnijdendheid en vormkracht, als mededogen en leegte te leren hebben. We zijn levendiger en authentieker als we ons losweken uit de beklemming van traditionele rollen / taken / verwachtingen en nieuwe terreinen aanboren. We zijn zoveel meer dan we denken te zijn. Jonge mensen hebben er minder problemen mee. Ik hoorde afgelopen weekend Sien Volders, opgeleid in kunstgeschiedenis en antropologie en auteur van een interessante debuutroman, ongegeneerd vertellen dat ze een paar dagen in de week haar hoofd met rust laat en handenarbeid doet bij een bouwaannemer. Het weerhoudt haar niet om er super vrouwelijk en elegant uit te zien.
Als leraar Zijnsoriëntatie nodig ik mensen uit om een breuk te maken met de beklemming van de conventionele, mentale wereld vol aannames en fricties, en te landen in de open ruimte van Zijn. Het is de spirituele blik om alle schotten neer te halen, openheid te leren bewonen en liefde te leven. Ik kijk ernaar uit om er straks mee te oefenen, in mijn zesdaagse retraite met Hans Knibbe. Ik zie dat er twintig mannen zijn ingeschreven. Dat is een derde van het aantal deelnemers. Het gaat de goede kant op, in Nederland toch.

Meditatie: waarom zou je dat doen?

Ik probeer me te herinneren waarom ik zo’n twintig jaar geleden interesse kreeg in meditatie. Het
was iets uit het boeddhisme, waar geen oppermachtige God het voor het zeggen had. Daar voelde ik mij al comfortabel bij. Maar als ik grondiger kijk en eerlijk ben, dan had leren mediteren niet alleen te maken met een verlangen naar spirituele diepgang – ik ben altijd een meerwaardezoeker geweest – maar vooral naar een leven met minder spanning en ongemak. Ik had al jaren body work en stressonderzoek achter de rug, maar kwam erachter dat de geest bepalend is voor een diep gevoel van welbevinden.

It is our mind and that alone that chains us or sets us free. (Dilgo Khyentse Rinpoche)

Onbewust wist ik dat er een leven mogelijk was dat gemakkelijker leeft. Ik volgde mijn intuïtie dat meditatie mij daar naartoe kon leiden. Niets mis met mijn intuïtie, zo bleek.

Verlangen naar rust
Ik zie in mijn praktijk dat het de motivatie is van bijna alle mensen die willen leren mediteren: een verlangen naar meer rust, minder gepieker, minder spanning. Meer jezelf kunnen zijn. Dat is een mooie start. Het is de bereidheid om te stoppen, halt te houden. De overtuiging dat het nodig is iets nieuws te doen, iets anders te proberen. Vanuit de wetenschap dat wat je tot nu toe deed, dacht of weet, niet geleid heeft tot innerlijke rust en tevredenheid.

De start: een gebaar en een bereidheid
Het is eenvoudig gaan zitten. Daar maak je een gebaar, want het is niet zomaar zitten. Het is een ritueel waarin je plaatsneemt op je eigen grond en de bereidheid toont om contact te maken met jezelf, in al zijn puurheid en naaktheid. Dat is nog niet zo gemakkelijk, want je psyche wil niet rusten. Die zuigt je mee in verhalen, scenario’s en dramatiek en heeft het liever over de ander en de wereld dan in zichzelf te kijken naar wat er werkelijk speelt. Meditatie is deze soep-soap durven loslaten en in je eigen geest schouwen. Het is de moed hebben om alles aan te kijken en daar oordeelloos en zacht bij te blijven.
Mindfulness heeft methodieken ontwikkeld om de woelige bedrijvigheid van de geest tot bedaren te brengen en de babbelbox stil te leggen. Door in het hier en nu te blijven, concentratie te beoefenen en aandachtstraining, ontspant je drive om alsmaar van A naar Beter te huppelen. Deze vorm van meditatie werd ontwikkeld door een Amerikaanse psychiater en heet curatief te zijn. Volgens Edel Maex is het een op boeddhistische meditatie geïnspireerde therapie die beantwoordt aan een verlangen om even uit de ratrace te stappen en stil te staan (Knack, 23 mei 2018). De primaire beoefening is vertragen en kijken naar wat er in je geest en lichaam speelt. Het is de start van elke vorm van meditatie. Heel gezond en nuttig, vooral in de bestrijding van stress en depressie.
Een gelijkaardige methode om de geest tot rust te brengen vind je terug in Zijnsgeoriënteerde meditatie en heet daar wakkerte-beoefening.

Boeddhisme
Meditatie gaat wel veel verder dan bevrediging van behoeftes aan mentale rust of ontspanning. Omdat ik hou van the real thing kijk ik graag wat dieper. Dat doet ook Zijnsoriëntatie, die een eigen meditatievorm heeft ontwikkeld, geïnspireerd op het Tibetaans of Vajrayana boeddhisme. Toch altijd interessant om naar de roots te kijken. We zouden haast vergeten dat Siddhartha Gautama zo’n 2500 jaar geleden, na jaren meditatie, in grote vreugde ontdekte wat verlichting is en het nadien zijn missie was om alle mensen dit zicht bij te brengen. Eeuwen later houdt deze missie nog altijd stand. Het woord Boeddha betekent in het Pali ‘degene met een allesomvattend inzicht’. Het is niet een soort eretitel, maar wijst naar het boeddhaschap in ieder van ons. Er wordt niets bestreden en er hoeft niets geloofd te worden. Er is geen oppermacht die boven de mensen staat. Zo ook niet in Zijnsoriëntatie, want ik beschouw mezelf niet als boeddhist, voor alle duidelijkheid. Wel onderwijst Hans Knibbe (stichter en spiritueel leraar van Zijnsoriëntatie) ons tijdens retraites regelmatig in oude boeddhistische teksten van grote leraren zoals Padmasambhava of Lonchenpa.

Stil verblijven
Zo besprak hij onlangs met studenten de instructies van Tashi Namgyal, die iets zeggen over hoe je je meditatie begint:

“Word zacht. Laat de spanning in je geest die samenhangt met grijpend conceptualiseren, het verbeelden van de eindstaat, het vastzetten van inzichten en positieve ervaringen, los. Zo wordt de natuurlijke geest geen object voor je verkrampte psyche, maar leer je ontspannen in Zijn en ongekunsteldheid”.

De tekst heeft iets zachtaardigs en eenvoudigs. We hebben veel zachtheid en eenvoud nodig, want ons brein is super dynamisch en overbelast. Ons energiesysteem is in de war, opgetrokken en rigide. We zijn niet in rust, verfijnd, soepel en lenig, zoals we eigenlijk horen te zijn. Daarom zijn onze gedachten zo ongecontroleerd en dominant.
In de afgelopen jaren heb ik in mijn meditaties – met scha en schande – geleerd om te rusten in de volkomen ongecompliceerde oergrond van mijn geest, van waaruit alles verschijnt als een dans van Zijn, zoals Knibbe het mooi verwoordt. Maar het was niet altijd feest. Ik kreeg ook beter zicht op mijn neuroses, lelijkheid en gewoontepatronen. Dat komt ook altijd mee en daar leer je mee werken. Je leert negativiteit herkennen als defensies en gestolde openheid. In Zijnsmeditatie is er gelukkig veel dieptepsychologische kennis aanwezig, maar er is ook mildheid, compassie en liefde, waardoor je telkens weer ontspant op plekken waar je normaliter van wegloopt.
Dé grote ontspanning heeft naar mijn ervaring alleen te maken met het alomvattende zicht van verlichting. Het is een wijze van ‘zien’ waarin alles gemaakt is van openheid en leegte: zowel kramp als kwaliteit, zowel mooi als lelijk, zowel pijn als geluk, zowel ik als jij. Het is keuzeloos, belangeloos present zijn met alles. Inherente verbondenheid ervaren, maar ook los staan van alle ankers uit je comfortzone.

Verlicht zijn we allemaal, maar we weten het niet!
Verlichting is de natuurlijke staat, de ‘nature of mind’, zoals je leest in de tekst van Namgyal. Die natuurlijke geest is niet te bereiken of te verkrijgen, door het simpele feit dat hij er altijd al was en is. We zijn allen in staat verlichting te ervaren. Of beter nog: we zijn als mensensoort capabel om zicht te krijgen op het allesomvattende geheel. We zijn in staat om de sluiers en de verwarring van onze psyche, onze defensies te doorzien en een doortocht te maken naar complete openheid.

Het gaat er niet om een ontwaakte staat van geest op te bouwen, maar om de verwarring die de weg ernaar toe verspert, weg te branden. (Chögyam Trungpa)

Straffer nog: je kan nooit buiten verlichting vallen! Het is niet iets buiten ons, niet te vinden in ons, maar de naakte, oorspronkelijke, pure grond van alles. Altijd daar.
Dat doet mij denken aan een dreuntje uit de catecheselessen van mijn kindertijd: “Waar is God? God is overal: in de hemel, in de aarde en op alle plaatsen”. Alleen heeft het christendom weinig nadruk gelegd op het goddelijke in ons, maar ons eerder bezwaard met zonde en schuld. Naastenliefde is er belangrijker dan zelfliefde, terwijl het boeddhisme je leert om de boeddha te zijn die je altijd al was.
Ik moet bekennen dat ik lang geworsteld heb met het woord ‘verlichting’. Het is zo’n beladen, ouderwets woord. Je haalt er geen likes mee. Ik heb enige sluiers van ijdelheid en angst moeten neerleggen om ermee op mijn gemak te geraken. Ik heb het vervangen door het woord ‘vrijheid’, dat verwijst naar onthechting. Maar vrijheid heeft dubbele betekenissen en wordt soms vertaald als ‘doen waar je goesting in hebt’. Het woord verlichting eert de traditie van duizenden jaren science of mind, haar geschriften en alle wijze leraren die richtlijnen hebben aangereikt om mensen gelukkiger te maken.

Meditatie is hot
Er is meer en meer interesse in meditatie. Zelfs de Vlaamse minister van Welzijn ziet de zorginstellingen en hulpverleners graag aan de slag gaan met mindfulness (evidence-based of course), al is die interesse er vooral om het torenhoge suïcidecijfer in Vlaanderen van drie per dag naar beneden te halen.
Maar meditatie kan ook heet zijn en is niet ascetisch. Zijnsmeditatie althans is niet droog, maar wakkert je vuur en je sensibiliteit aan. Het is crazy wisdom, om Trungpa nog eens te citeren. Het maakt je dynamischer, passioneler en authentieker – kwaliteiten die door conventies vaak zijn ondergesneeuwd.
In meditatie ga je niet op zoek naar een ideale eindstaat of een mooi compartiment om je tentje op te slaan. Het is rusten in rauwheid, rusten in liefde, rusten in alles.
Het is rusten in Zijn en dat is ongelooflijk joyeus!
Daarom doe ik het dus.
Be my guest!

Trees
juli 2018

Hoe vrij is mijn blik?

Je hebt het misschien al ondervonden of gehoord. Lees je met acht mensen in de leesclub eenzelfde boek, dan lijkt het alsof ieder een ander boek heeft gelezen. Elke persoon haalt er iets uit wat raakt aan de eigen geschiedenis. Je kan moeilijk iets herkennen of benoemen wat je niet hebt gekend of gevoeld.

De subjectieve blik
Vraag je broers en zussen wie hun vader was, dan krijg je vaak uiteenlopende verhalen. Een bange lafaard voor de ene, een deugdelijke zachtaardige voor de andere. Het hangt er maar van af hoe je de relatie ervaren hebt. En die is voor ieder kind anders.

Everything we hear is an opinion, not a fact. Everything we see is a perspective, not the truth. (Marcus Aurelius)

Filosoof Awee Prins verwoordt het als volgt:
‘We zijn opgetrokken uit vele kleine, schijnbaar onbenullige en toch bepalende momenten. En die zitten verankerd in soms vreemde angsten en gewoontes. We zijn opgetrokken uit hoogst persoonlijke belevenissen. Beklijvende herinneringen die ons tot de mens gemaakt hebben die we zijn’.

De neurotische blik
Het bepaalt onze blik en hoe we met elkaar omgaan. Prins noemt het onze kleine waanzin en nodigt uit om er lichter mee om te gaan. Dat laatste heeft hij zelf hard nodig, want hij is panisch depressief en lijdt.
We worden ontroerd, boos of angstig door mensen, stemmen, verhalen en gebaren die raken aan onze hoogst persoonlijke broze thema’s uit het kindverleden.
Ik zal altijd opschrikken van mensen met een luide, harde stem en ik zal verstijven als ze het gras voor mijn voeten wegmaaien. Het verwijst naar mijn jarenlange angst voor mijn bazige moeder die mij geen ruimte liet om simpelweg mezelf te zijn.
Het is ons emotionele programma dat ons beschermt én verlamt. De schrik is het knipperlicht dat ons waarschuwt en beschermt tegen de ooit gevoelde en niet te verdragen pijn van niet ontmoet te zijn.  Het is een slim overlevingsinstinct en draagt dus wijsheid in zich. Onze angst zegt iets over wat wij belangrijk vinden. Maar het voelt niet vrij en verhindert ons om te zijn wie we van nature zijn. We klappen iedere keer weer ons oude toneel open en dat is niet echt nodig.

De gehechte blik
Dat de meeste mensen enorm hechten aan hun lichaam, persoonlijkheid en
image, heb ik zelf mogen ervaren. Ik was het allang beu om mijn haar te kleuren, maar het duurde een half jaar vooraleer ik de beslissing kon nemen om mijn geverfde bruine lokken weg te knippen. Vrouwen waarschuwden me dat ik er tien jaar ouder uit zou zien. Mannen waren iets milder. Ik heb er veel tijd, geld en schadelijke producten voor over gehad om anders te zijn dan ik ben, ook al wist ik dat forever youngeen illusie is. Een worsteling voor zoveel vrouwen en een persoonlijke keuze. Mijn spiegel toont een korte, grijze, pittige kop. Mijn blik is zachter geworden en niet door de nieuwe snit. Mijn ogen beamen: de herfst is in het land.

De onvrije blik
Het is nog niet zo gemakkelijk om onbevangen te kijken. Om te zien wat werkelijk is. We reageren altijd op iets uit het verleden. Onze blik is gevangen in een raster van zelf gesponnen verhalen die, laag boven laag, onze perceptie onbewust beïnvloeden.
Het is bekend dat fysiek en psychologisch geweld in de jeugdjaren enorme gevolgen heeft voor het latere leven. Gelukkig zijn dat uitzonderingen, maar bijna iedereen heeft wel ervaringen van zich niet begrepen voelen, zich niet welkom en bemind voelen, zich afgewezen voelen in het anders zijn. De afwezigheid van een empathische ouder heeft het kind het gevoel dat hij niet kan of mag bestaan. Dat is ondraaglijk om te ervaren en daar begint onze strijd om liefde, contact en intimiteit.

Zie mij en ik besta
Het begrip ‘bestaansreden’ kwam meer dan eens ter sprake in de Waerbeke conferentie met als thema ‘Vrede kan je leren’, een tiental dagen geleden. Er kan nooit sprake zijn van vrede als je je niet geliefd en bemind voelt. Dan vertoef je in oorlogsgebied met veel agressie naar jezelf en de ander. Zonder liefde kunnen we niet overleven en niet groeien. De rol van stilte, meditatie en geweldloze communicatie werden in dit kader besproken door o.a. David Van Reybrouck en Edel Maex.

Hoopvol is het dat dit heerschap binnenkort op bezoek gaat bij de minister van onderwijs.

De ruime blik
Maar het was acteur/auteur Peter De Graef die op weergaloze en bandeloze wijze een spirituele duik nam en de blik verruimde. Zonder het woord non-dualiteit te noemen wees hij naar een hogere vrijheid die alle gebrokenheid laat bestaan. Na de middag maakte de stille meditatiesessie indruk in het volle programma. Toen kon ik zien: er zal altijd vrede zijn, er zal altijd oorlog zijn, zowel in als buiten mij… en dat is geen probleem.
In relatieve zin is het zinvol en humaan om vrede te bepleiten en oorlog te weren. In absolute zin zijn oorlog en vrede van hetzelfde gemaakt. Spiritualiteit wijst naar de tijd- en grenzeloze openheid die alles draagt, schraagt en vorm geeft.

De Zijnsblik
De School voor Zijnsoriëntatie heeft al meer dan dertig jaar de missie om deze delicate en moeilijk te begrijpen materie te verhelderen en handen en voeten te geven in het aardse leven. Ik ken geen spiritueel pad dat zo intelligent, diepgaand, down to earth en tegelijk lichtvoetig is. Afgelopen seizoen werd de lessenreeks ‘Gezonde Zelfliefde’ ontwikkeld. Simpelweg om mensen te leren hoe ze gewoon aardig en warm kunnen zijn naar zichzelf. Vrede start bij jezelf. In de Tibetaanse bergen is het een vanzelfsprekendheid, maar in onze kille, geïndividualiseerde wereld is er zoveel zelfhaat en eilandgevoel, vaak vermomd als cynisme of depressie. We zijn weg geschrokken van het inherente in-verbinding-zijn. Een begrip dat eigenlijk hetzelfde betekent als Verlichting. In Zijnsoriëntatie spreken we van ‘Zijn’. Terwijl Verlichting nog iets oproept van exceptioneel en ontoegankelijk, verwijst rusten in Zijn naar jezelf en je eigen oorspronkelijke, natuurlijke aard die ruimer en liefdevoller is dan hoe je jezelf meestal ervaart. Het is rusten in alles. In onze kleine waanzin én in onze vrije, oorspronkelijke liefdesaard.

De liefdesblik
Ik ben er nog mee aan het oefenen, met de liefdesblik. Het vergt iets van de meeste mensen om zich te laten aanraken door liefde. Er zit veel reserve en defensie op omdat het zo leven-gevend is en daarom gevaarlijk. Instinctief weten we dat onze kop eraf gaat als er geen liefde is, dus we kijken wel uit! Simpelweg een compliment ontvangen – in contact – is al een kunst. Erkennen dat mensen van je houden, dat je belangrijk bent voor mensen… het is wennen. Het is volwassen worden.
Dat wil ik beoefenen, samen met mensen. Om te beginnen is hoe je waarneemt belangrijker dan wat je waarneemt. Met welke blik kijk jij? Het is een belangrijke sleutel om jezelf gemakkelijker en gelukkiger te bewegen in de wereld.
Het is wakker worden. Zodat je je niet hoeft te verontschuldigen en niet hoeft te zien dat je je hele leven eigenlijk sliep, zoals Leo Vroman het zo mooi verwoordt in onderstaand gedicht:

Tussendoor

Wij begrijpen ach zo veel,
ja misschien alles wel verkeerd;
hebben daarvan het tegendeel
misschien te hard geleerd.
Ik maak dus mijn verontschuldigingen
over het hopeloos misverstand
en ons hopeloos onverband
met alle dingen.
Wat heb ik dan in godsnaam bedoeld
zoals ik door de wereld liep
tussen de werkelijkheden door?
Heb ik dan niet gezien, gevoeld
dat ik mijn hele leven sliep?
En waar sliep ik dan voor?

 

Ik wil gelukkig zijn !

We willen het allemaal, maar het is niet cool om het erover te hebben. Slechts weinigen durven uit te spreken dat ze niet gelukkig zijn. Je moet al ontzettend dapper zijn om te zeggen dat je wèl gelukkig bent. Toch bestaan ze. Iemand zei me onlangs dat hij nog nooit zo gelukkig is geweest als nu. Het bleef naklinken. Geen nieuw lief, maar een geheel eigen manier van zijn en leven die bij hem past.

Onlangs, in een panelgesprek na het journaal, zei een journalist dat hij ontroerd was toen hij Phil Bosmans hoorde zeggen dat de drijfveer van zijn werk was dat hij wou dat mensen gelukkig zouden zijn. Het raakt ons blijkbaar toch.

Omdat geluk zo onbereikbaar lijkt in onze maatschappij en er zoveel chagrijn is, is het nu zelfs bon ton om te zeggen dat je vooral niet moet streven naar geluk, maar content moet zijn met de gewonigheid van het leven. Dat sluit mooi aan bij de haast geïnstitutionaliseerde kleinheid van de Vlaming. Het is me te weinig ambitieus. Ik wil wel gelukkig zijn!
Het zou al een hele stap vooruit zijn moesten we eens rustig gaan zitten, waardig rechtop, om na te gaan en te voelen wat we nodig hebben om gelukkig te zijn.

Het actieve leven is gericht op onsterfelijkheid en de contemplatie op eeuwigheid (Hannah Arendt)

En vooral: wat ons ervan weerhoudt om gelukkig te zijn. In welke contraproductieve acties en gewoonten we blijven investeren die ons gevoel van welbevinden frustreren. Maar met dat rustig gaan zitten gaat het al mis. We kunnen het niet of we willen het niet.

We zijn hyper, over-alert, onze hersenen zijn verhit, we denken razend snel en analytisch. We hebben moeite met ontspannen, kalmeren, simpelweg genieten. We ‘rusten’ niet meer. Niet in onszelf, ons bekken, niet in de relaties die we hebben, niet op de plek waar we wonen. (1)

Als trainer Zijnsoriëntatie heb ik geleerd om te gaan zitten met mensen en de geest te onderzoeken. Na een moment van stille meditatie wordt alles verwelkomd, precies zoals het is. Dan komt ook alles voorbij: frustratie over het verleden, bezorgdheid over de toekomst. Tenslotte komt ook het pijnlijkste voorbij: de woede om die ‘moeilijke’ ander die jou niet ziet en de angst voor afwijzing, de schrik om uit de boot te vallen.

Het ergste wat ons kan overkomen is dat we geen contact ervaren met de ander. Alle werkelijke leven is ontmoeting. Maar we zijn relationele knoeiers. We zijn vlot in het delen van onze verontwaardiging over de oorlogen in de wereld, maar maskeren onze innerlijke oorlogen met naasten. Het valt mijn Nederlandse supervisor op dat er veel relationeel lijden is in Vlaanderen. Er is veel wantrouwen en weinig gevoel van connectie. Er is veel schrik en afweer om te manifesteren in relatie. Veel mensen zijn verdwaald en relationeel diep gekwetst.

Zelf heb ik op mijn pad van zelfontwikkeling kunnen ervaren hoe belangrijk het is om je te openen voor wezenlijk contact en gespiegeld te worden. Het raakte me als ik te horen kreeg dat ze het lastig vonden om me te bereiken. Het ontroerde me om te horen wat ze mooi en interessant aan me vonden en dat het jammer was dat ik dat weinig liet zien. Het heeft me geholpen om relationeel volwassener te worden.

Wat niet uitgesproken kan worden, wordt heel groot. Niets achtervolgt ons meer dan de dingen die we niet uitspreken. Geheimhouding en zelfverwerping verrotten niet alleen jezelf, maar ook je omgeving.
Dus spreek, ik luister.
Waarom we de relatie met onszelf en de ander vaak vermijden heb ik uitgebreid onderzocht in een artikel dat onlangs gepubliceerd werd in De Cirkel: ‘Relatie is gevaarlijk’! (2)

Een van de meest fundamentele realisaties die een mens kan ervaren, is het basale feit dat wij altijd, hoe dan ook, in relatie zijn met alles en iedereen. (1)

En als we dit niet ervaren zijn we ongelukkig, eenzaam en gefrustreerd. Omdat verbinding de grond is van ons bestaan. Het is onmogelijk om niet te communiceren. Ook al trekken we ons terug, voor het weefwerk van relaties waarin we ons sowieso bevinden, is dit voelbaar en pijnlijk.

Hans Knibbe beweert zelfs dat het onze burgerplicht is om gelukkig te worden. Onze ontevredenheid waaiert uit naar onze omgeving. We doen daar iets lelijk. Zijn we gelukkig dan is die straling voelbaar als lichtheid en onbekommerdheid. Is het niet dat wat onze maatschappij nodig heeft? We besmetten onze omgeving met onze staat van zijn, of we dat nu zien of niet, willen of niet. Enige hygiëne is hier aan de orde.

Vanuit een spirituele, non-duale blik kunnen we zien dat we lijden omdat we de wereld en onze relaties begrenzen, vastzetten en labelen als goed-fout verhalen. Maar er bestaat niet zoiets als een objectief vaststaand zelf dat in contact is met een objectief vaststaande ander. We gaan voorbij aan de stromende, mysterieuze en ongrijpbare aard van al wat is.

Relax: nothing is under control!

Het is wetenschappelijk bewezen dat religieuze mensen gelukkiger zijn dan niet-religieuzen. Niet zozeer omdat ze zich getroost en gesteund weten door God, maar omdat ze zich gedragen voelen door een gemeenschap en meer verbinding ervaren. Sociale support is belangrijk. We hebben elkaar nodig.
Willen we echter een diepteslag maken in ons mens-zijn, dan zullen we doorheen alle sociale gebieden en psychologische lagen moeten vallen, om ons te settelen in de gegeven rijkdom en openheid van nu, waar alles verbonden is met alles. Liefde is dan niet opgehangen aan een zelf of een ander, niet aan een godheid, maar raakt alles aan. Liefde is niet iets wat je moet krijgen, het is de basis van alles, het is onze grond. Wat ik dan zie is pure, onvolmaakte schoonheid. Woordenloze, geblesseerde volmaaktheid. Het is rusten in Zijn, waarin niets buitengesloten wordt. Het is puur geluk. Ook al is onze Zijnsvergetelheid groot, het valt te leren.

We kunnen niet gelukkig worden. Het is ons geboorterecht.
Geluk is een wijze van Zijn als de vraag: hoe word ik gelukkiger, niet meer van tel is…

(1) Hans Knibbe, uit een reeks artikelen over Gezonde zelfliefde, De Cirkel, 2016
(2) Trees Dewever, artikel ‘Relatie is gevaarlijk’, gepubliceerd in Cirkel nr. 53, het vakblad van de School voor Zijnsoriëntatie, Utrecht, 2016

Meditatie: van frame naar flow

We lijden allemaal wel eens aan gepieker of bezorgdheid. Sommigen raken uitgeput van het vechten, het willen veranderen, het zoeken. Soms negeren we onze verwarring, we dumpen ze op onze medemens, of we gaan nog harder werken. Anderen gaan wonen in slachtofferschap, vijandschap, harde oordelen. Het is beknellend, het is verkramping. We draaien onszelf vast in een vernauwde werkelijkheidsbeleving.

Een man zei me onlangs dat hij al meer dan twintig jaar dezelfde overtuigingen had. Hij verdedigde niet alleen dezelfde waarden, maar ook over minder hoofse dingen had hij altijd al dezelfde mening – en hij was er nog trots op ook. Dat rigide was zichtbaar in zijn houding: bokkig, stuurse blik, kaken op elkaar. Geen man om een dansje mee te wagen! Vastgespijkerd in een frame. We hebben het allemaal, in zekere zin.

Een frame is één plaatje van de film. Een still, waarin we alle beweging stopzetten. Eigenlijk doen we dat constant. Iedere ontmoeting of situatie labelen we, proberen we vast te pakken, te kaderen. Kunnen we er iets mee of is het nutteloos? Worden we er beter van of is het bedreigend? Alles wat gebeurt schuiven we vliegensvlug en onbewust in een frame dat we al kennen. In de primitieve lagen van onze psyche zijn we vooral bezig ons vel te redden. Maar de dia is niet het werkelijke leven.
Wat we missen is het stromende, uitdagende, scheppende en levendige van de vertoning: de flow.

Het is nogal wat, om mee te stromen met de golven, zonder te weten waar je uitkomt en mét de kans dat je je bezeert. Het is nog niet zo gemakkelijk om te ‘zijn’ met wat zich iedere keer weer aandient. De ruimte die dit geeft opent nochtans nooit vermoede perspectieven en nieuwe inzichten.

Dit is een krachtig punt: levend in het heden kunnen we de toekomst opnieuw vormgeven. Zouden we daarom niet zorgvuldiger moeten zijn, zouden we niet meer wakker, meer aanwezig moeten zijn in dat wat we op dit moment aan het doen zijn?  (Chögyam Trungpa)

Ik oefen er zelf mee: om in iedere situatie of ontmoeting te kijken met een open, niet ingevulde blik. Om elk probleem dat opduikt te toetsen aan het reële dramagehalte en te zien hoe ik er vanuit mijn geschiedenis toch altijd een plaatje op plak. Natuurlijk slaag ik er niet altijd in om mijn conditioneringen en defensiemechanismen te herkennen en te overstijgen. Mijn angst en wantrouwen zitten onder mijn huid. Het is menselijk, vertrouwd, zelfs biologisch te verklaren: het is overlevingsdrift. Een kleine speldenprik en de slak krimpt terug in haar veilige huisje.

Maar in het huisje is het donker en kil. Elk levend wezen snakt naar ruimte, licht en contact. Door meditatie en Zijnsgeoriënteerde training heb ik inmiddels gezien dat elke verkramping een verdichting is van joyeus, open Gewaarzijn zelf: opgekrulde, gekwetste liefde in verharde vorm, om het in slakkenhuisterminologie te zeggen. Het revolutionaire én respectvolle van deze non-duale visie is dat er niets weg moet of moet evolueren naar iets beters. Alles is al vrij en van zichzelf. Het is een visie die niet kiest en niet verwerpt. Want we zeggen ook niet tegen de nacht: ‘ik moet je niet, ik verkies de dag’. Of tegen de herfst: ‘ik schrap je, want ik verkies lente en winter’. Het is even onzinnig om die delen van jou waar je niet happy over bent te omzeilen of te bekampen. Ze zijn een deel van jou. We kunnen ze beter goed leren kennen en er een constructieve, mededogende relatie mee aangaan. Daarover gaat Zijnsmeditatie: houding is belangrijker dan inhoud.

Intuïtief weten we dat er een leven mogelijk is dat vrijer, gemakkelijker en liefdevoller is dan het leven dat we doorgaans leiden. Daarom gaan meer en meer mensen mediteren. Er is een verlangen én een noodzaak om in een huis te wonen dat ruimer en lichter is. Intuïtief voelen we aan dat we iets wezenlijks van onszelf laten liggen als we niet stoppen, stilzitten, luisteren, voelen, waarnemen. 
Onlangs, op een teamdag in een Brugse school, waren twintig leerkrachten bereid te oefenen met meditatie. Mijn workshop was als eerste volzet!

Door meditatie leren we de beknelling van gewoontes en conditioneringen zien en herkennen. Maar wat we vooral nodig hebben is ruimte. Ruimte om te ademen, ruimte om te voelen, om vrijer te bewegen, om lichtheid te ervaren in alle zwaarte. Door meditatie leren we ontdekken waar we blij van worden en wat we kunnen delen van onszelf. We leren ervaren dat we liefde zijn en altijd in verbinding, met alles.

Niets bestaat dat niets iets anders aanraakt. (Jeroen Brouwers)

Meditatie is een dapper instrument om met jezelf en met je geest te werken. Het verrijkt de kennis over onszelf en het ontsluit onze liefde. Hans Knibbe formuleerde het onlangs, tijdens een retraite, heerlijk pittig:

Als we niet de open ruimte van onze geest verkennen, blijven we een bunker waarin af en toe Schubert wordt gedraaid!

Wat eveneens waar is: we kunnen het niet alleen. Veel blijft onder de radar. We kunnen niet alles zelf zien. Hoe slim of welopgevoed we ook zijn, er blijven gaten. Onze perceptie is gatenkaas. We hebben goed opgeleide mensen nodig om ons te spiegelen, om ons erop te wijzen waar en hoe we onszelf klein houden of zelfs beschadigen. We hebben spirituele leraren en onderlegde therapeuten nodig om te zien wat ons afremt om te zijn wie we van oorsprong, van nature zijn. Het unieke van Zijnsgeoriënteerde begeleiders is dat ze die twee schijnbaar aparte praktijken verenigen. Na tien jaar is het nog altijd een belangrijke inspiratiebron voor mij en mijn praktijk. Ik ben intussen bestuurslid geworden van Zijnsoriëntatie Vlaanderen en volgend seizoen vervolmaak ik in Utrecht mijn leraarsopleiding.

I have a dream. Het zou toch moeten kunnen: net als van je tandarts of je huisarts jaarlijks het bericht krijgen van je zielencoach of mentor om je hart, je gedachten, je gedrag en je gevoelens te laten scannen en in balans te brengen. Om uitleg te krijgen over wat scheef gegroeid is in bepaalde frames. Maar vooral om samen te kijken naar de volle, spannende, zinderende film die je leven is.
De frame ontmantelen, de flow herstellen.

De wereld zou er beter, warmer en veiliger van worden. Want geef toe: zo goed als alle terreur en geweld hebben meer te maken met geestesziekte, mentale verwarring of frustratie, dan met politiek en religie. Onlangs nog werd half Brussel weer eens lam gelegd door een geesteszieke man.
De geestelijke gezondheid wordt schromelijk onderschat en te weinig mensen denken na over een passende, hedendaagse vorm van spiritualiteit. Spiritualiteit als de kunst van goed in relatie zijn – met de aarde en de kosmos, met onszelf, de ander en de wereld. Zorg voor de mind en zorg voor de ziel zouden geïntegreerd moeten worden in alle bestaande structuren en instellingen voor gezondheid, onderwijs, cultuur en economie.

Meditatie kan een eerste stap zijn. Niet zaligmakend, maar een niet te onderschatten schakel naar een waardiger en glorieuzer leven. Het is een vorm van mentale hygiëne, een douche voor de geest. Dat ben je jezelf en de ander verplicht. Fris en schoon ruikt alles naar lente en weet je het weer: de zon schijnt altijd! Ook als er wolken zijn en zelfs als het regent…

Brugge, 27 juni 2016

Erbarme dich

In mijn vorige blog beschreef ik hoe de terreuraanslag in Parijs – en vooral de beeldverslagen daarrond – de schrik in mijn lijf en brein hadden aangejaagd. En kijk, waar staan we nu? Er lopen verschrikkelijke creaturen rond in de wereld die alsmaar dichterbij komen. Mijn zus is door het metrostation Maalbeek gereden, enkele minuten voor de aanslag. Diezelfde dag verneem ik dat een jongeman uit mijn familie op een gruwelijke manier is omgekomen. Ik ben gevoeliger geworden, dus weer van slag. Ik scheur, maar laat betijen. Ik luister naar de Mattheüspassie van Bach, die super heelmeester. Zijn meesterwerk is misschien wel de beste bijdrage aan de rust in onze wereld.
En ook Rilke verzacht, alweer:

Ten slotte gaat het er niet om dat men zichzelf overwint
maar dat men stil vanuit zo’n midden liefheeft
dat men ook nog rondom de nood en de woede
het zachte, liefdevolle voelt
dat ons tenslotte omgeeft.

Ik zie liefde en veel zachts. Iedereen voelt wat nodig is: er is een golf van gebaren, rituelen en woorden die verbondenheid verbeelden.
Een beeld blijft op mijn netvlies hangen. In het ziekenhuis kijkt een koppel elkaar liefdevol aan. Hij, het been geamputeerd, zegt vredig: ‘we leven nog, het is goed zo’. Alsof hij door het drama heen kijkt, zichzelf in een ruimer perspectief ziet, blij en dankbaar is voor het leven.

“It is the hearts amazing capacity to hold all that is human”. (Jack Kornfield).

Psychiater De Wachter liet zich in het journaal ontvallen dat het jammer is dat er heel erge dingen moeten gebeuren vooraleer we ons openen voor liefde, of erover durven spreken. Lijden en liefde, het heeft er alle schijn van dat het bij elkaar hoort. Alsof het elkaar nodig heeft. Instinctief voegen we warmte toe, het hart wordt geactiveerd. Alsof het dier in ons weet dat warmte heelt en de pijn verzacht. Kusje op de zere knie, pijntje weg. Als we met liefde ons verdriet aankijken, krijgt het een zoet randje. Misschien hebben ernstig lijden én grote liefde gemeen dat ze de capaciteit hebben om door fysieke en psychologische barrières, maskers en verdedigingssystemen heen te breken. We krijgen het besef dat we ruimer zijn dan de afbakeningen die we hebben opgetrokken. Misschien zijn we er daarom zo bang voor. Normaliter houden we het liever klein en controleerbaar.

Om mezelf en andere mensen beter te begrijpen laat ik me graag inspireren door filosofen, kunstenaars en wetenschappers van de geest, maar het is Hans Knibbe die me weer raakt en dieper peilt. In Zijnsoriëntatie wordt een onderscheid gemaakt tussen relatieve liefde en universele liefde of non-duale liefde. Over deze laatste schrijft hij:

Liefde is de ruimte en de grondstof van ons Zijn. Zodra we ons op een eiland denken, zijn we ons daar niet langer van bewust. Maar het verliezen van het zicht op deze grondwerkelijkheid betekent niet dat Liefde zelf daarmee verdwenen is. Ze is alleen naar de achtergrond geduwd, uit beeld gezet, reflexmatig afgeweerd in onze verkrampte, defensieve eilandmodus. En vanuit deze achtergrond oefent ze haar zachte invloed op ons uit. (…) Ze spreekt tot ons in geïnspireerde momenten, waar intuïtief inzicht en schoonheid ons toevallen. (…) Andersom: wanneer we met ernstig lijden geconfronteerd worden (…) kan juist het onvermogen om te ontsnappen aan hoe-het-is, ons in contact brengen met de naakte werkelijkheid die onze comfortzone en hechtvlakken vernietigt, maar ons ook thuisbrengt in onze ware, oneindige aard. Veel mystici zijn tot verlichting gekomen door hun onbevreesde omgang met intens lijden.

Het is nog niet zo gemakkelijk om de diepte van deze woorden te begrijpen. Het heeft met transcendentie te maken. Er zijn momenten in ons leven waarop we uitstijgen boven onze psyche-structuur, waarop we los geschakeld worden van de dwang van instincten, mentale overtuigingen of conditioneringen. Vaak zijn het toevallige momenten van nooit gekend geluk, van verbondenheid, waarop we het gevoel hebben dat alle puzzelstukjes in elkaar vallen en er niets meer te doen is. We overschrijden onze NV Ik en landen in de oneindige ruimte van Zijn, die altijd al onze thuis was. Ik wens het niemand toe, maar soms kan intens lijden hetzelfde effect hebben, een soort spirituele shock teweeg brengen – zo begrijp ik het althans. Zo zijn er de verhalen van mensen met een heftige verlieservaring of een burn-out, die nadien hun leven over een andere boeg gooien. Ze leven in een vrijer tempo, meer afgestemd op hun noden, waarden en verlangens. Ze zijn gelukkiger dan ooit tevoren en wijden hun leven aan een hoger doel of humanitair project. Ze hebben een dieptesprong gemaakt en beschouwen hun lijden als een gift. Maar ook zonder shock kunnen we contact maken met het mysterie en de energie van alles omvattende liefde. We kunnen onze Zijnsvergetelheid bekampen. Dat wil ik beoefenen, samen met mensen. Daarvoor ben ik getraind.

Intussen lijden we mee, althans de gevoeligen onder ons. We voelen medelijden of compassie. Com (samen) + pati (lijden). We lijden samen. Erbarme dich, mein Gott.

Het woord compassie klinkt in onze contreien wat flauw en fluttig, maar het heeft niets met sentiment te maken. We zijn niet compassievol als we ons onaanraakbaar en zelfbewust boven de ander buigen, schouderklopjes uitdelen en zalvende woorden uitspreken. Op die manier brengen we hiërarchie aan: ik ben sterk en jij moet dat vooral worden! Zo negeren we niet alleen onze eigen pijn, maar bezetten we ook de ander met ons onvermogen om met pijn om te gaan. Op die manier kunnen we niet echt bij de ander zijn, we kunnen niet bij pijn zijn, we zijn niet in contact.

Hans Knibbe verwoordt het als volgt:

Compassie is geen emotionele of bezorgde reactie. Het is een spiritueel zien van de situatie. En spiritueel betekent los van referentiepunten, los van een ik-centrum dat zichzelf verdedigt. Dit staat ver af van moederlijke liefde. We praten hier over een zo veel ruimere sfeer. Het is zoveel meer dan gewoon aardig zijn. Ware compassie doorziet alles, is nergens door aangedaan. Er komt zoveel wijsheid vrij als je compassie beoefent, want je kijkt voorbij de oppervlakte-mentaliteit.

Gabrielle Roth beweert zelfs dat compassie de afwezigheid is van emoties; dat je zo vrij bent van je emotionele verleden dat  je open kunt zijn voor de waarheid van de gevoelens van anderen:
‘In die zin is compassie een holle bamboe. Als je vol bent met je eigen angsten, kan je niet openstaan voor die van een ander. Pas als je een fijn afgestemd emotioneel instrument bent, kan je de lyriek en de melodie van andermans gevoelens spelen. Als je echt de gevoelens van een ander aanvoelt, dan reageer je er ook adequaat op en niet via een vervormend filter van niet uitgewerkte angst, woede of verdriet. Je zou kunnen zeggen dat compassie de afwezigheid van emotie is, waaruit alle emotie voorkomt, net zoals dynamische stilte de oorsprong is van alle beweging.’

In het sanskriet betekent compassie karuna en kan vertaald worden als ‘een zelf dat vervuld is van alle andere wezens, tot overlopen aan toe’. Karuna doet zich voor in fundamentele verbondenheid van jouw bestaan en het leven van alle andere wezens.

Ik vind het erg nuttig en nodig om compassie te beoefenen. Om te beginnen door compassievol te kijken naar eigen angsten, eigen onvermogen en opgelopen kwetsuren. Het maakt je gewoon mens. Het is de beste manier om je te verbinden met alle andere mensen, die ook allemaal prutsen. Het is in dit ‘overlopen’ van pijn en liefde dat we kunnen ontspannen.

Ik vind het erg nuttig en nodig om op tijd en stond mijn conventionele, bezorgde psychewereld te verlaten en ruimte te maken in mijn geest voor weidsere gebieden, voor onbekommerd genieten, voor rusten in Zijn. Die openheid is mijn natuurlijke habitat, hier kan ik worden wie ik ben. Het is de knop omdraaien van de stand overleving naar straling.

We kunnen samen oefenen, als je dat wil.

Brugge, 31 maart 2016

Infobesitas en risicovreugde!

Ik ben niet zo snel bang. Ik woonde zes jaar in hartje Brussel – mijn huidige streekgenoten kijken wel eens verschrikt op als ik dit zeg – zelfs lang voor de terreurdreiging. Ik ging vaak naar de markt in Molenbeek. Ik mis de kleuren, geuren en smaken van andere culturen wel eens. Ik reisde vaak alleen, dwaalde ‘s nachts door Bombay en voelde me zelden bedreigd. Enkele dagen na de terreuraanslag in Parijs had ik het wel te pakken. Drie dagen te veel nieuws gekeken, te veel mitrailleurs gezien, te veel verschrikking.

Wellicht is alles wat er aan verschrikking leeft
in wezen wel niets anders dan iets 
wat onze liefde nodig heeft  (Rainer Maria Rilke)

Het was laat geworden. Ik was overmand door ongeloof, verbijstering en verontwaardiging, twee dagen na de aanslag van 13 november. Een rare schaduw in mijn badkamer deed me verschrikt opzij springen. Het was een wiegende boom in het schijnsel van de lantaarnverlichting. Het doet wat met een mens. Mijn angstniveau op vier! Ik heb me laten meeslepen. Het is nog niet zo gemakkelijk om een balans te vinden tussen geïnformeerd en betrokken te zijn en niet ten onder te gaan aan een tv-tsunami van geweld, niet verslaafd te geraken aan het allerlaatste nieuwtje van een dolgedraaid mediacircus.

Het is me duidelijk geworden dat wat je toelaat in je brein, datgene waar je aandacht aan geeft, invloed heeft op je gemoed en je manier van zijn. Het is me ook duidelijk geworden dat ik aan de knoppen sta. Dat ik ervoor kan kiezen om een actieve rol te spelen in mijn eigen leven. Dat ik verantwoordelijk ben voor mijn eigen gemoed, mijn onrust, mijn geluk. Ik kan doseren door het scherm uit te schakelen. Doen we dat niet dan stevenen we af op een breincrisis, waar we volgens Elke Geraerts, doctor in de psychologie, al volop inzitten. Volgens haar wetenschappelijke bevindingen is de input die ons brein dagelijks te verwerken heeft vergelijkbaar met de info van 174 kranten, zo vertelde ze onlangs op Klara. In haar nieuwste boek ‘Mentaal kapitaal’ stelt ze dat ons brein een ongeleid projectiel is geworden dat tekenen vertoont van zware verwaarlozing, waardoor psychische problemen stelselmatig toenemen, zowel bij kinderen als bij volwassenen.

Ik lees dat ze in Davos onder de indruk is geraakt van Matthieu Ricard (dokter, boeddhist en vertrouwenspersoon van de Dalai Lama), waar hij het World Economic Forum toesprak en begon met een definitie van geluk: ‘Het is een diepe gewaarwording van sereniteit en voldoening, een toestand waarin alle emoties aanwezig kunnen zijn, ook verdriet.’ Hij noemt geluk liever welbevinden – het is immers meer dan een aangenaam gevoel. En uiteraard sprak hij er over de mogelijkheid om via meditatie het geluk in onszelf te vinden: ‘Heel vaak gaan we buiten onszelf op zoek. Helaas is onze controle over de buitenwereld beperkt, tijdelijk en zelfs ingebeeld. Richten we onze blik naar binnen, dan merken we snel dat we daar meer kans maken. Is het niet onze eigen geest die onze ervaringen in de buitenwereld vertaalt naar vreugde of verdriet?’

Het doet me denken aan een belangrijke oefening in Zijnsgeoriënteerde trainingen: je telkens te realiseren dat alles wat er is – elke gedachte, elk beeld, elke emotie – plaatsvindt in jouw eigen geest! En dat we die geest kunnen trainen om gelukkiger te worden. Het is bewezen dat meditatie krachtig inwerkt op onze neuroplasticiteit. We kunnen dus geluksspieren kweken, net als een sporter zijn spieren ontwikkelt. Dat is hoopvol, maar het gaat niet vanzelf, of wat dacht je?

Hans Knibbe duikt nog dieper in zijn jongste boek ‘Zie, je bent al vrij!’. De inleiding gaat als volgt:
“Dit boek gaat over de kunst van gelukkig zijn. Het is mogelijk om een bron van geluk aan te boren in onszelf. Die bron is niets in ‘iets’ gelegen, maar ontsluit zich als we – voorbij alle vormen – in de openheid van Zijn rusten. Behalve geluk vinden we daar ook vrijheid, sensitiviteit en schoonheid. Dit geeft ons leven diepte en waardigheid. Door regelmatig te ‘rusten in Zijn’ worden we meester van ons leven. In plaats van hulpeloos meegesleept te worden door onze gevoelens, gedachtes en reactiepatronen, vinden we een vrije en autonome ruimte in onszelf die onaangedaan is door alle wederwaardigheden; zoals een spiegel nooit onder de indruk is van wat daarin verschijnt. Hier ontspannen we, herstellen we van onze stress, ervaren we welbevinden en geluk en vinden we een ruim perspectief op wat er in ons leven plaatsvindt. Hier zijn we heel, hier zijn we ons Zelf. We zijn thuisgekomen.”

Ik vind dit een waardevol streven, een vruchtbaar gebaar, dat rusten in Zijn. Omdat we leren rusten in een dimensie die veel ruimer en veel liefdevoller is dan ons problematische, dagelijkse zelf waarmee we ons meestal identificeren.
Het is een misvatting te denken dat we pas gelukkig kunnen zijn door lastige en moeilijke dingen zoals tegenslag, angst, ontreddering of pijn te bannen uit ons leven. Om de eenvoudige reden dat ze er altijd, vroeg of laat, deel van zullen uitmaken. Ook dat is leven. Nochtans is er een hele industrie gebouwd rond angstbestrijding en het vermijden van pijn en risico. Ik vind het bijvoorbeeld onethisch dat er onderzoeksgeld gespendeerd wordt aan levensduurverlenging. Op een bepaald moment houdt het toch op en wat is daar nu mis mee? Veel van mijn vrienden vinden het onverstandig dat ik geen omniumverzekering en geen hospitalisatieverzekering neem. Ben ik dan een naïeve zonderling?

Ik botste onlangs op het woord risicovreugde en mijn hart lichtte op. Het is van Dorian van der Brempt en prijkt als titel op een boekje dat uitgegeven is door deBuren. David Van Reybrouck, één van de auteurs, wijdde er een artikel aan. Ik laat je meegenieten van enkele samengestelde fragmenten:

‘In Vlaanderen zijn er steeds meer kinderen die nog nooit een schram, een wondje of een buil hebben opgelopen. Fijn? Nee. Ze worden een gevaar voor zichzelf en de samenleving: wie zijn hele kindertijd op rubbertegels en in het ballenbad doorbrengt, heeft een risicocompetentie van twee keer niks. Net die omgevingsanalfabeten begaan ongelukken. Van schram naar scherm: zo zou je je de evolutie kunnen voorstellen. 
Heel onze samenleving lijkt zozeer in de ban van het veiligheidsdenken dat risicovermijdend gedrag de norm is geworden. Wie vandaag een risico overweegt, is niet langer moedig, maar roekeloos. Wie vandaag een risico overweegt – dat wil zeggen: zo goed mogelijk de gevolgen van een besluit op voorhand probeert in te schatten, in de hoop op een goede afloop, maar met de aanvaarding van het eventuele tegendeel – is niet langer verantwoord bezig maar onverantwoord. 
De tragiek van onze tijd: dat we het tragische menen te moeten bestrijden. En dat die bestrijding, die neurotische dwang tot beteugeling van het onbeteugelbare, veel gevaarlijker is dan het aanvankelijke risico. Het is belangrijk om te merken dat je niet alles kunt beheersen. Het is bevrijdend om enige mate van risico toe te laten. Die bevrijding heet ‘risicovreugde’! De vreugde van te wagen. Het plezier van het proberen. De angst voor het noodlot niet groter laten zijn dan de vreugde van het leven. Wie kersen wil eten, moet in de bomen klimmen.’

Lees dit tekstje nog eens en jij ook, David. Want in het licht van de terreurdreiging krijgt het nieuwe betekenis. Via facebook liet hij weten bang te zijn als hij in Brussel rondloopt, alert rond te kijken als hij op café gaat en dat dat niet leuk is. Ik hoop dat het nu al beter gaat. Met mij gaat het intussen goed en met jullie? Het is ook een kwestie van wennen aan het nieuwe. In veel landen en conflictgebieden is dat de gewone staat van zijn geworden, helaas.

Ik wens jullie allemaal veel vreugde toe, met en ook wel eens zonder risico.
Hoge bomen om in te klimmen en heel veel kersen.
Een gelukkig Nieuw Ja!

Trees,
december 2015

Zijnsoriëntatie: met zicht op Zijn!

In zijnsgeoriënteerde begeleiding gaat het niet zozeer over leren gelukkig zijn. Al is het de motivatie van bijna al mijn klanten en studenten: weg van pijn en verdriet, op zoek naar rust en geluk. Zijnsoriëntatie betekent letterlijk: je oriënteren op Zijn, de altijd al aanwezige gronddimensie van het bestaan. De titel van mijn workhops ‘Met zicht op Zijn’ verwijst daarnaar. Het zicht gaat over het leren zien van onze spiritdimensie die altijd aanwezig is, maar waar we zelden contact mee hebben. Dat betekent een radicale verschuiving van onze manier van kijken. Je redt het niet met het verzamelen van kennis, het leren begrijpen, het mentale grijpen!

In Zijnsoriëntatie gaat het dus meer over opdelven wat bedolven is geraakt, in the picture krijgen wat uit het zicht is geraakt, dan om bijleren. Zien dat de wolk van onze psyche het zicht belemmert van de open, stralende hemel van Zijn. Een spirituele dimensie waarin alles welkom is: lelijk en mooi, pijn en schoonheid. Want als we eerlijk zijn zullen we moeten toegeven dat we onszelf meestal ervaren vanuit een bezorgde psyche, die altijd onderweg is naar iets beters, nooit rust kent, altijd commentaar geeft, alles opdeelt in goed of slecht, onszelf meestal fout vindt, en de ander als vijand beschouwt. We leven verkrampt. Kort door de bocht misschien. Alhoewel.

Hans Knibbe heeft het ooit zo verwoordt:
Iedereen leeft verkrampt, tenzij hij verlicht is. Met verkrampt bedoel ik niet dat je af en toe gespannen bent, maar dat je algemene manier van zijn gekarakteriseerd wordt door spanning, vernauwing, angst, ongemak en onvoldaanheid. Ik denk dat iedereen die serieus is en eerlijk naar zichzelf kijkt, kan constateren dat hij op een onvolkomen, gebrekkige manier leeft. Op een of andere manier ontbreekt er glorie, waardigheid, schoonheid en geluk.”

Het raakt mij telkens weer als ik die woorden lees: glorie, waardigheid, schoonheid en geluk. Daar is het mij om te doen. Daarover gaat Zijnsoriëntatie. Dat wil ik leven en delen. Zelf kan ik nu zien dat ik een flink deel van mijn leven verkrampt heb rondgelopen. Het was mijn gewoontestaat geworden. Ik kende eigenlijk niets anders. Tot ik in 2006 aanklopte in de School voor Zijnsoriëntatie en mijn leraren mij lieten proeven van mijn lichte, vrije en ongecompliceerde aard, mijn Zijnsaard. Sindsdien heeft het me nooit meer losgelaten.
Aan de ene kant is het het meest natuurlijke, liefdevolle en leuke wat er is: je vrije aard leven. Maar aan de andere kant vraagt het veel discipline om niet telkens weer in die vernauwing van de psyche te glijden – in ons bekende, geconstrueerde zelf- en wereldbeeld, dat meestal neerhalend is. En dat vergt enige oefening en discipline.
Want ieder van ons zet zichzelf keer op keer gevangen in deze gevlochten ruimte van gewoontes en conditioneringen.

Dit noemen we de IK-kramp: het is een gebaar van zelfbescherming dat op alle niveaus van ons wezen tot verkramping leidt: fysiek, energetisch, gevoelsmatig, relationeel… en ons belemmert om los en vrij te zijn!

Mensen zijn complex en Zijnsoriëntatie is dat ook. Er zijn geen pasklare antwoorden of oplossingen. Het is een bewustzijnstraining die ons hele wezen aanspreekt. Het gaat over de psyche en de spirit, over het lichaam en de geest. Daarom mediteren we en doen we lichaamswerk. We maken dankbaar gebruik van de kennis van de psychoanalytische therapie. En we laten ons inspireren door een leraar of begeleider die ons in contact brengt met het mysterieuze, open gewaarzijn: de ruimte van Zijn.
Er is veel theorie ontwikkeld in het 25-jarige bestaan van de School. Er staan meer dan tien boeken in mijn boekenkast en elke semester verschijnt De Cirkel, het tijdschrift met de laatste ontwikkelingen binnen de school en de visie.

Maar altijd wordt de spirit op nummer één gezet. Onze spirit staat voor heelheid, openheid, vrijheid en gemak: onze natuurlijke aard. We laten ons inspireren door het boeddhisme, dat veel diepgaand onderzoek heeft gedaan naar de oorspronkelijke aard van onze geest – the nature of mind – die van zichzelf, in den beginne, volkomen open en vrij is. De natuurlijke staat is een ongekunstelde, zichzelf dragende staat, onafhankelijk van onze bemoeienis.
We kunnen hem niet creëren, veroveren of kwijtraken. Het is geen positie in onze geest.
Het is de grond of de aard van onze geest. Alle bewegingen, gevoelens, gedachten en impulsen, van de meest wilde tot de meest heilige, hebben deze natuurlijke grond gemeenschappelijk.

Dat betekent niet dat we gaan wonen in een roze wolk. Het betekent niet dat we het lelijke, het rauwe of het moeilijke negeren.
Mijn collega Annemie Peeters verwoordt het heel persoonlijk in Change magazine:
“Ik zie meer en meer de rauwheid van het bestaan. Ik heb de moed om liefdeloosheid, de gevolgen van geweld en onrechtvaardigheid recht in de ogen te kijken. Ik ben present en blijf op eigen benen staan. De angst om dit in de ogen te kijken, transformeert zich tot daadkracht en liefde. Ik ervaar dat, hoe meer ik de rauwheid van het leven zie, hoe fijngevoeliger de liefde wordt die ik geef. Hoe meer ik in contact ben met de pijn, hoe sterker en hoe stralender de liefde en mijn compassie.”

‘Zie, je bent al vrij’ is de titel van het nieuwste boek van Hans Knibbe. En dat is het radicale en ook hoopvolle van dit pad: je kan de kramp in één keer loslaten.
Dat is het zicht, the view: we verschuiven onze manier van kijken van duaal naar non-duaal. De klassieke metafoor voor deze doorsnijdende manier is het beeld van het doorsnijden van het touw dat de korenschoof bij elkaar houdt. Alles valt in één keer open. Alsof je openklapt in de vrije ruimte en jezelf loslaat. Je laat je persoonlijkheid los of datgene waarvan je denkt dat het je persoonlijkheid is. Als je die vasthoudendheid kan loslaten, ga je jezelf veel losser en ruimer en vrijer ervaren. Ongecompliceerd en liefdevol, helder en compassievol.
Dat is de oefening. Daarmee gaan we aan de slag.

Maar het moet gezegd: we zijn veel vertrouwder met onze psyche en onze verkrampingen dan met de natuurlijke, ongecompliceerde staat van onze spirit. Daarom besteden we in het begin veel aandacht aan het tot stand brengen van een dialoog tussen de psyche en onze spirit. We nodigen de psyche uit om te openen, te ontspannen en te ontvouwen in de ruimte van de spirit, in de ruimte van Zijn.
Zonder de psyche fout te maken, weg te poetsen of te corrigeren. Hij maakt wezenlijk deel uit van wie we zijn, hij is zelf gemaakt van Zijn, zij het in verwarde, verdichte vorm. We kunnen hem beter goed leren kennen en er een constructieve relatie mee opbouwen.

Het is een pad dat moed vergt, moed om te leven zonder houvast, om de openheid binnen te gaan en onbevangen te zijn. Het vergt wel wat om te zijn met alles wat er is, inclusief je eigen pijn en onvermogen… en daarmee in relatie te zijn! We leven in een cultuur waarin het not done is om te zeggen dat het moeilijk gaat, dat iets niet lukt. Zijn we niet allemaal meesters in het vermijdend communiceren, bang voor afkeuring?

Werkelijke moed is de durf je te laten ontroeren. Je hart zo open te zetten dat je geraakt kunt worden. Niet muren metselen en zeggen: Kijk mij eens flink zijn! Dat heeft niets met moed te maken, dat is schijterigheid, want alleen wie bang is doet een harnas aan.
(Hans Laurentius)

 Zijnsoriëntatie is een prachtig pad om daarmee te oefenen. Meer mens te worden, in al zijn imperfectie, in al zijn glorie. En daardoor juist meer verbinding en liefde ervaren.
Het vergt een soort vurigheid om niet tevreden te zijn met een middelmatig, dof of verkrampt leven waarin alles onder controle is en in compartimenten opgedeeld.
Maar ik zie overal vurige, moedige mensen die houden van glans en glorie, van het waarachtige, liefdevolle leven…

Ik ben ervan overtuigd dat de meeste mensen een intuïtie hebben van een leven dat vrijer, moeitelozer en zorgelozer is dan het leven dat ze doorgaans leiden.
En als dat zo is, dan zijn jullie heel welkom!

Voor de officiële zijnstraingen in Antwerpen: www.zijnsorientatie.be
Voor individuele begeleiding en workshops ‘Met zicht op Zijn’, contacteer mij.

Trees Dewever,
februari 2015

Winterblues

Mijn artsen zijn bezorgd. Ik ben niet meer zo piep en dus moet ik maar eens onder de scan. Botdensiteit, borsten, baarmoederhals, bloed. Kijk, vier b-woorden en van mijn billen moeten ze afblijven! Dan vergeet ik nog iets: zelfs mijn stoelgang ging onder de loep. Wat kan ik braaf en volgzaam zijn, maar het is genoeg geweest.

De resultaten zijn overwegend goed, zei mijn arts, terwijl ze ernstig naar het computerscherm keek. Denk nu niet dat ik een proficiat kreeg of een bemoedigende blik. Artsen zijn er niet om het leven te vieren of om gezondheid te proclameren, maar om ziektes op te sporen en de dood te vermijden. Met steun van de farmaceutische industrie.
Toch maar calcium nemen, anders breek je nog een bot. Toch maar weg snijden die rumoerige cellen, anders krijg je nog kanker. Dan ben je gerust, zei de arts. Wie is hier ongerust? Wie is hier bang? Blijkbaar is het zeer gewoon om ongerust en bang te zijn. Ik ben het niet. Ik word alleen moe en moedeloos van wachtkamers, ziekenhuizen en artsen.

Thuis vind ik rust op mijn kussentje, genietend van het hier en nu: gezond en blij en onbezorgd.

Ik ben niet naïef en dankbaar voor alle medische kennis en zorg die in het rijke westen beschikbaar is. Miljoenen mensen moeten dringende of elementaire zorgen missen, of proper water en een wc. Ik schaam me dood.

Ik ben niet naïef te denken dat ik door gezond te leven ook gezond zal blijven. In de meesten onder ons sluimert kanker en dus is de kans groot dat ik er ooit aan sterf. Sterven doe ik toch. Niemand overleeft, maar iedereen vecht. Geen groter wanhoop gezien dan in de ogen van Jan Mulders, enkele dagen geleden op tv. Bijna zeventig, amuseert hij zich te pletter met vrouw, voetbal en victor, zijn kat. Scheurend over snelwegen tussen Groningen, Brussel en Hilversum. Maar de dood?! ‘Dat is toch verschrikkelijk slecht geregeld, geef mij nog maar tweeduizend jaar… Het zou toch moeten kunnen: binnenlopen in een apotheek met een voorschrift, geef mij nog maar vijfentwintig jaar…’

Mijn dementerende moeder van negentig slikt tien pillen per dag, waarvan drie sederende. Ze brengt haar leven half-slapend door. De hoofdverpleegster zegt dat bijna iedereen op de afdeling veel meer slikt. De arts beslist, de zorgkundigen voeren gewillig uit. Volgens de Oeso wordt er nergens in Europa meer geld aan medicijnen besteed dan in België. We slikken ons collectief suf.

We leven langer maar minder nauwkeurig en in kortere zinnen. (W. Szymborska)

Ik ben niet eens zo’n voorvechtster van alternatieve geneeskunde, maar ik begrijp de vele vluchtwegen uit de reguliere zorg. Mensen willen gezien en gehoord worden en het ‘zorgbedrijf’ is snel, hard en machinaal. Van transitie nog nooit gehoord. Niks geen veerkracht, duurzaamheid, natuurlijkheid of minzaamheid. Te weinig overleg, te weinig tijd.

Ik haat het als ik op consultatie bij een specialist zomaar van het ene onderzoek naar de andere scan gedreven word, zonder voorafgaand overleg. Maak je geen zorgen, de dosis radioactiviteit is heel laag. Ik haat het als die zogenaamde specialist op zijn scherm tuurt als hij mij evalueert, mij niet in de ogen kijkt, mij niets vraagt en niets duidt. Wat een overschatting om te denken dat de staat van een levend lichaam kan verklaard worden met een scan. Er spelen duizend en één facetten. Maar het stelt ons gerust het mysterie te reduceren tot een grafiek.

Il a des gens à qui une vie ne suffit pas pour comprendre leur ignorance. (uit Passagère du silence, Fabienne Verdier)

Ik wil niet dat een arts over mijn lichaam beslist, al luister ik graag naar zijn advies. Ik wil de tijd en de ruimte krijgen om te voelen en te zoeken wat het beste voor me is. Alternatief of regulier, met pillen of met kruiden. Zelf de beslissing nemen om wel of niet in te grijpen, op mijn ritme als het kan. Ik ben de grootste expert van mijn lichaam, ik kruip er al meer dan een halve eeuw mee in bed. Het ondersteunt me al zo lang, in goede en in kwade dagen. Ik wil respect, voor dat wonderlijke, niet-perfecte lijf. Ik wil het behoeden voor al te agressieve ingrepen en chemische, lichaamsvreemde producten. Zolang het kan. Ik wil het tijd en ruimte geven om af en toe eens moe te zijn, iets te mankeren, op adem te komen. De toestemming geven om ziek te zijn, en te weten dat één of ander evenwicht zoek is. Te geringe weerstand, te weinig geslapen, te veel stress, te veel gedaan wat niet goed voor me is. Of gewoon brute pech. Shit happens.

Dieu a aussi inventé la merde. (Marcel Mariën)

Ik ben een koningskind. Ik heb geen fysieke beperking, heb geen zeldzame ziekte, nog nooit een operatie ondergaan. Ik kan dansen en lopen waar ik wil. Ik kan denken, huilen, lachen. Ik ben dankbaar.

Dankbaar dat ik vijf dagen op retraite kan gaan straks, met een wijze leraar. Om het leven te vieren, het mysterie toe te laten, in al zijn grootsheid, in al zijn pijn. Om te oefenen in het loslaten van alles waar ik aan hecht of wat ik zorgelijk vind, inclusief mijn lichaam. Om te wennen aan vrijheid en gemak, aan non-duale openheid, inherent in alles aanwezig. Een moeilijk en lastig thema, door Hans Knibbe nauwkeurig, muzisch en leesbaar beschreven in zijn nieuwste boek “Zie, je bent al vrij!”.

Der Sinn des Lebens ist mehr als das Leben selbst. (Stefan Zweig)

Ik vind een aandoenlijk ouderwets kerstkaartje van de zusters Benedictinessen in mijn brievenbus. Ik woon tenslotte in het Begijnhof. Er resten nog maar een paar zusters, en weer zijn ze er vroeg bij om alle bewoners een mooie Kerst te wensen. Ik zal ze missen, als ze er straks niet meer zijn. In vier talen nog wel – kloosterordes zijn meestal internationaal – maar ik vind de Franse versie de mooiste:

Que le mystère de la présence du Seigneur vous comble de grâce et de confiance pour Noël et 2015 !

Trees Dewever, december 2014

Onbezorgd en nieuwsgierig

Zo typeerde de pastoor Jan Hoet op diens begrafenis in Gent, een week geleden. Die woorden bleven althans haken bij mij. Ik denk dat het heel belangrijk is om onbezorgd en nieuwsgierig te kunnen zijn. Overal zie ik zoveel bezorgdheid die onnodig doet lijden – bezorgdheid over hoe je bent, hoe de ander jou vindt, over wat je kan en niet kan. Het mooie van nieuwsgierigheid is dat het verwijst naar een open, niet-ingevulde blik, naar verwondering. De blik die ruimte geeft en los is van elke regel of conventie.

Misschien is het dat wat deze bevlogen man zo typeerde: onbevreesd stapte hij de wereld in, ging confrontaties aan, ontdekte kunstenaars, zocht de hitte van de wrijving en leerde zijn volk naar kunst kijken. Hij stak boven het korenveld uit en genoot daar ook van. In die zin was hij redelijk on-Vlaams en leek hij eerder op een latino lover: breedsprakerig en passioneel, wild gesticulerend, ijdel, slim, vrij en gretig.

Hij wou veel volk op zijn begrafenis, vriend en vijand waren welkom. Ik ben geen van beide, maar altijd op zoek naar inspirerende momenten. Hoe doe je dat, waardig afscheid nemen van iemand? Iets dichterbij: hoe neem je afscheid van iemand waarmee je het moeilijk hebt gehad en die je het leven schonk, bijvoorbeeld?

“Thanks God, what a gift!” zei de zwarte kunstenaar David Hammons (USA) bij wijze van eerbetoon.

Zelf was ik één van de velen die door zijn project “Chambres d’Amis” (1986) geïntroduceerd werd in de hedendaagse kunst. En sindsdien heeft het me nooit meer echt losgelaten. Hoet zei ooit dat hij niet wist wat kunst was, dat hij alleen maar een ticket voor een ontdekkingsreis kon aanbieden. Dat is mooi en zo heeft het voor mij gewerkt. Dat zet je op je eigen benen. Ik liet me meevoeren doorheen een wereld van nieuwe vormen, uniek gesponnen getuigenissen of verwijzingen naar oude meesters en wereldgebeurtenissen. Ik liet me raken door ongekende schoonheid of ontzetting. Maar bovenal blijft kunst me inspireren. Het haalt me uit mijn comfortzone en opent mijn blik.

Een heilige was hij niet, merkte de pastoor fijntjes op. Hij schoffeerde wel eens iemand en hij hield van vrouwen. En dan werd even tijd genomen voor vergeving…

Dat Jan Hoet ervoor koos om begraven te worden in een kerk (niet de majestueuze Sint-Baafskathedraal, maar zijn eigen parochiekerk) maakte nogal wat tongen los. Volgens de krant De Morgen had het te maken met de lelijke en ongeïnspireerde architectuur van de crematoria. Dat is maar een deel van het verhaal. Jan was gelovig, spiritueel en hield van het ritueel. Sommige media en kunstenaars hadden het er moeilijk mee.

In het tijdschrift Tertio (2011) zegt Hoet het zo: “Heel onze samenleving is doordrongen van het sacrale. Kunst en cultuur kunnen ons helpen dat in het alledaagse te ontdekken. We hebben nood aan een eigentijdse spiritualiteit en een eigentijdse beleving van religie, zonder voodoo of sekten. Dat blijft een delicate evenwichtsoefening.”

Pastoor en vriend Michel De Beer hield de toon van de mis opvallend licht en luchtig – hij kwam haast minzaam tegemoet aan het ongemak van de vele ‘papenvreters’ op dat moment. Het werd een echte viering. Er was veel dankbaarheid en warmte voelbaar voor de enthousiaste en optimistische mens die Hoet was geweest.

En toch is zo’n begrafenis een delicate evenwichtsoefening. Met alle aandacht die ik kon opbrengen, kon ik me niets voorstellen bij de parabel van de wonderbare broodvermenigvuldiging. De tekst zal ongetwijfeld goed zijn uitgezocht, maar ik heb er niets mee. Vroeger niet en nu ook niet. We zijn overgeleverd aan archaïsche gebedsvieringen als we niet op zoek gaan naar passende vormen, teksten en rituelen. Is het verlegenheid of angst voor de dood die ons daarvan weerhoudt?

Gelukkig is er de muziek. Haydn, Händel, Fauré en Arvo Pärt drukten uit wat mensen niet konden.
Sprakeloos zijn we als we iemand moeten laten gaan. Niet in staat om te zeggen dat we spijt hebben, dat we vergeven, dat we het niet begrijpen, dat we kwaad zijn, dat we alleen zijn, dat we dankbaar zijn of dat we voor altijd verbonden zijn in liefde. Behalve kleinkinderen dan. Fragiel en openhartig haalden ze bijzondere momenten aan met die gekke en wijze bompa die ze zullen missen. Of oude mensen.

De stokoude professor en schilder Marcel Maeyer – ooit leraar kunstgeschiedenis van Jan Hoet – ontsluierde een tipje van het sacrale in ons bestaan:
Kunst is Zijn. Maar Zijn wordt in onze wereld meestal verkeerd begrepen. Het is een mysterieuze kracht die veel groter is dan wij kunnen zien of begrijpen. Ik hoop dat het hier voelbaar is, in deze kerk en in verbondenheid met Jan Hoet

Het was voelbaar. In de roerloze stilte die viel toen de kist werd binnengebracht en het geroezemoes van een kleine duizend mensen week voor een ademloze wolk van groot respect en verbondenheid.
Ik dacht aan de lessenreeks ‘Met zicht op Zijn’ die ik ontwikkeld heb. Of ik staat zal zijn om zijnskwaliteiten als basale vriendelijkheid, roerloosheid, gemak en straling kenbaar te maken.
Mijn mentor Hans Knibbe stelt het zo: ‘In contact met Zijn ben je open en val je niet meer samen met je psychologische scripts, je voelt erbarmen met het lijden in de wereld, er is oneindige liefde voelbaar die zich naar alles uitrekt. Rustend in je non duale aard ben je bijzonder vrij en present’.

‘s Anderendaags bezoeken veel mensen in hun eentje het graf van Jan Hoet op de Campo Santo. De VRT is erbij en verbaast er zich over dat zoveel ‘gewone mensen’ een laatste groet brengen. ”t Was zo ne vriendelijke mens’ zegt een oude vrouw die wellicht nog nooit een werk van Broodthaers zag.
Jan Hoet straalde als een kachel. Stefan Hertmans gebruikte dit beeld om Gerard Mortier te herdenken – nog zo’n cultuuricoon – maar ik vind het beter passen bij Jan Hoet. Hij hield van het leven, van de mensen, van zichzelf, van de kunst. En met die liefde was hij niet zo zuinig.
Ook in zijn laatste zieke jaren bleef hij onbezorgd en nieuwsgierig. Alhoewel zijn lichamelijke leed niet gering was, wou hij ieder moment dat het leven hem gegeven was, meemaken. Tot hij met de glimlach voor altijd insliep.
Ongelofelijk hé, om het met zijn stopwoordje te zeggen.

Brugge, 12 maart 2014